Het computertoetenbord

Het computertoetsenbord wordt ook vaak naar Engels voorbeeld het keyboard genoemd.

Er bestaan verschillende soorten toetsenborden met verschillende soorten aansluitingsmogelijkheden: USB, PS/2, draadloze toetsenborden, enz...

Afhankelijk van de plaatsing van de toetsen spreken we van een QWERTY-klavier of een AZERTY-klavier. In België maken we gebruik van een AZERTY-klavier.

Een toetsenbord kunnen we in 4 zones onderverdelen:

De F-rij bovenaan met de functietoetsen voor het uitvoeren van een specifieke opdracht.
Het alfanumerieke gedeelte voor in het typen van tekst en leestekens.
Het numerieke gedeelte rechts voor het typen van getallen.
Het navigatie gedeelte in het midden om door teksten of pagina's te navigeren.

Hieronder zie je een gewoon standaard Windows-toetsenbord afgebeeld.
Wens je het toetsenbord online uit te proberen, ga dan naar de website www.soweb.be en klik op "cursistenpagina". Na het ingeven van je paswoord kies je vervolgens "Basiskennis voor beginnelingen".

 

1. Escape
Dit is de Escape toets. Het is niet zo makkelijk een beschrijving te geven van de werking van deze toets omdat ze afhankelijk is van het programma waarin je werkt en van wat je precies aan het doen bent. Algemeen geldt dat deze toets iets afsluit of beëindigd (vb. een spelletje, een PowerPoint presentatie, een menu).
Wil je de toets even uitproberen klik dan met de linkermuisknop op de Start-knop onderaan links in de benedenhoek van het scherm. Het Start-menu klapt open. Klik nu op de Esc-toets op het toetsenbord. Het Start-menu klapt weer dicht.

 

2. Tabulator toets of TAB-toets
Met deze toets laat je de cursor verspringen naar een bepaalde positie. Deze toets is handig om in een document de gegevens netjes in kolommen onder elkaar te plaatsen.

3. Caps Lock of Shift Lock
Met deze toets zet je de hoofdletters aan of uit. Het is een schakelknop. Telkens je erop klikt, schakel je heen en weer tussen aan en uit. Een klein lampje, rechts boven op het numerieke toetsenbord, gaat branden als de hoofdlettertoets aanstaat.

4. SHIFT of toets met een pijltje omhoog
De SHIFT-toets gebruik je als je slechts één hoofdletter aan het begin van een woord nodig hebben. Hou de SHIFT-toets ingedrukt, typ de letter, laat de SHIFT-toets weer los.

Tip
De Shift-toets kan ook handig zijn om tekst te selecteren. Vooral wanneer je tekst typt in een klein lettertype kan het soms moeilijk worden om met de muis nauwkeurig een stukje van de tekst te selecteren. Typ een stukje tekst in "Kladblok" en klik met de linkermuisknop op een willekeurige plaats in de tekst. Hou de Shift-toets ingedrukt en klik op het pijltje naar rechts (deze toets vind je ongeveer in het midden van het toetsenbord). Telkens je op dit pijltje klikt, selecteer je de volgende letter. Om de selectie weer uit te zetten klik je gewoon met de linkermuisknop op een vrije ruimte buiten de tekst. Wat je met geselecteerde tekst allemaal kan doen, komt aan bod in de cursus tekstverwerking.

De Shift-toets staat zowel links als rechts op het toetsenbord. Ze werken allebei op dezelfde manier.

5. CTRL (control) en ALT (alternerend)
Deze toetsen worden enkel gebruikt in combinatie met andere toetsen op het toetsenbord. We noemen ze "sneltoetsen". Sommige gebruikers werken liever met het toetsenbord dan met de muis om een opdracht te geven aan de computer. Je moet dan wel eerst deze toetsencombinaties van buiten leren. Hier een paar voorbeelden.

Houdt de CTRL-toets ingedrukt en druk even op de ESC-toets. Het Start-menu klapt open. Je had dit evengoed kunnen bekomen door met de linkermuisknop op de Start-knop te klikken. Aan jou de keuze.

Open eerst de Windows-rekenmachine om de ALT-toets uit te proberen. Hou de ALT-toets ingedrukt en druk even op de toets F4. Met deze toetsencombinatie sluit je het venster van de rekenmachine. De toetsencombinatie ALT+F4 sluit het venster waarin je aan het werken bent. Je kan dus ieder programma, dus ook de computer zelf, afsluiten met deze toetsencombinatie.

6. De spatiebalk
Met de spatiebalk plaats je een spatie in de tekst.

7. ALT Gr
Deze toets bevindt zich rechts van de spatiebalk. Het is de Alt-Graphics-toets. Hiermee kan je het derde teken typen dat op sommige toetsten staat. Enkele voorbeelden:

@ dit is het AT-teken dat gebruikt wordt in een  e-mailadres. Hou de ALT-Gr-toets ingedrukt en druk even op de toets met het @-teken.

€ dit is het EURO-teken. Hou de ALT-Gr-toets ingedrukt en druk even op de toets met de letter E.


8. De ENTER-toets
Als je bezig bent met tekst typen (vb. in Kladblok) ga je met de ENTER-toets naar de volgende regel.


Als je in Microsoft Windows aan het werken bent kun je met de ENTER-toets iets bevestigen, het is hetzelfde als met de muis op de OK-knop klikken. Dit kun je even uitproberen als volgt:
Klik met de rechtermuisknop onderaan links op de Start-knop. Er klapt een lijst open (= snelmenu). Beweeg de muis op en neer in de lijst zonder een knop in te drukken. Je ziet een blauw balkje meeschuiven met de positie van de muiscursor.
Klik met de linkermuisknop als het blauwe balkje op "Eigenschappen" staat. Er klapt nu een venster open. Onderaan dit venster zie je een OK-knop. Deze OK-knop zou je kunnen activeren door er met de linkermuisknop op te klikken, maar dit doen we dit keer niet. Druk gewoon op de ENTER-toets en daarmee bereik je hetzelfde resultaat. Je hebt op deze manier bevestigd dat je akkoord bent met de instellingen en het venster gesloten.

Ook aan de rechterkant van het numerieke toetsenbord vind je een kleine ENTER-toets. Deze werkt precies op dezelfde manier als de grote ENTER-toets.

9. De terugkeer-toets, of in het Engels backspace-toets
Typ een stukje tekst in Kladblok. De toetsenbordcursor staat nu achter de tekst. Druk een paar keer op de terugkeer-toets. Deze toets wist de tekst van rechts naar links.

Zowel met de DELETE-toets als met de terugkeer-toets kan je tekst wissen.
De delete-toets wist de tekst die rechts van de cursor staat, de backspace-toets wist de tekst die links van de cursor staat.

Als je aan het surfen bent op internet keer je met de backspace-toets terug naar de vorige internetpagina.

10. De Windows-toetsen
Alleen als je beschikt over een Windows-toetsenbord komen deze toetsen voor op het toetsenbord.

Aan de linkerkant tussen de CTRL en ALT-toets staat een Windows-toets. Dezelfde toets vind je ook rechts naast de Alt-Gr-toets. Met de Windows-toets kan je snel allerlei opdrachten doorgeven aan de computer zonder telkens daarvoor de muis te moeten gebruiken.
Enkele voorbeelden:


Hou de Windows-toets ingedrukt en druk even op de toets F1. Het venster met het Windows-helpboek klapt open. Dit venster kan je weer sluiten door met de muis op het rode kruisje rechts bovenaan te klikken, of met de toetsencombinatie ALT + F4 .

Hou de Windows-toets ingedrukt en druk even op de letter E. Het Verkenner-venster klapt open en je krijgt meteen een overzicht van alles wat er op de harde schijf staat. Dit venster kan je weer sluiten door met de muis op het rode kruisje rechts bovenaan te klikken, of met de toetsencombinatie ALT + F4 .

Rechts onderaan het alfanumerieke toetsenbord vind je nog een speciale Windows-toets, vlak voor de CTRL-toets. Deze toets doet precies hetzelfde als de rechtermuisknop. Als je deze knop indrukt, krijg je een lijst met opdrachten te zien. Dit noemen we een "snelmenu". Om deze lijst terug te sluiten klik je even buiten de lijst op het blad of je drukt even de ESC-toets in.

11. Pijltjestoetsen
Ook deze toetsen proberen we even uit in Kladblok.
Met de pijltjestoetsen navigeer je in de gekozen richting door de tekst. Je kan niet voorbij de laatste letter die je hebt getypt.

12. Home
Typ een stukje tekst in Kladblok. Druk op de HOME-toets. Deze toets brengt de cursor naar het begin van de regel.
Ben je aan het surfen op internet, dan brengt deze toets je naar het begin van de pagina.

13. End
Typ een stukje tekst in Kladblok. Druk op de HOME-toets om naar het begin van de regel te gaan. Druk nu op de END-toets. Deze toets brengt je naar het einde van de regel.

14. Page Up en Page Down
Deze toetsen brengen je één pagina omhoog of één pagina omlaag in het document.

15. Delete
Met de Delete-toets kun je tekst verwijderen. Typ een stukje tekst in Kladblok en druk op de Home-toets om naar het begin van de regel te gaan. Druk nu enkele keren op de Delete-toets. De tekst wordt gewist van links naar rechts.
Zowel met de Delete-toets als met de terugkeer-toets kan je tekst wissen.
De delete-toets wist de tekst die rechts van de cursor staat, de backspace-toets wist de tekst die links van de cursor staat.

16. Insert
Dit is een schakelknop waarmee je tekst kan tussenvoegen of tekst kan overschrijven. Deze toets werkt niet in Kladblok maar wordt wel besproken in de cursus Microsoft Word.

17. Functietoetsen F1 t/m F12
Deze toetsen voeren allerlei opdrachten uit. Deze opdrachten kunnen verschillen van programma tot programma.
Druk op de toets F5. Het computerscherm wordt ververst, maar dit gaat zo snel dat je dit misschien helemaal niet hebt gemerkt. Je zal deze toets vooral voor internet veel gebruiken. Wanneer je twijfelt of de informatie op het scherm nog recent is, druk je op F5. Het internetprogramma zal dan gaan kijken op de internetwebsite en de gegevens op het computerscherm vernieuwen met de meest recente informatie.

18. Scroll Lock
Als je deze toets indrukt gaat er een lichtje branden boven op het numerieke toetsenbord. Nu kun je met de pijltjestoetsen door het document scrollen. Druk weer op de Scroll-Lock-toets om deze optie weer uit te schakelen. Als je nu op de pijltjestoets drukt, verplaats je de cursor in het document.

19. Print Screen
Met deze toets maak je een foto van het computerscherm. Deze knop werkt niet in Kladblok. Start Microsoft Word en druk op de knop "Print Screen". Voorlopig merk je hier geen resultaat van. Nu zullen we de foto in het Word-document plaatsen. Klik met de linkermuisknop op het woord "Bewerken" (bovenaan in de blauwe balk), klik vervolgens met de linkermuisknop in de lijst op "Plakken". De foto van je computerscherm verschijnt nu in het Word-document. Sluit dit venster met het rode kruisje rechts bovenaan of gebruik de toetsencombinatie Alt + F4.

20. Pauze/Break
Dit is een toets die je waarschijnlijk nooit in een Windows-omgeving zal gebruiken. Deze toets onderbreekt de uitvoering van sommige softwareprogramma's. De toets wordt meer in een DOS-omgeving gebruikt.

21. Het numerieke toetsenbord

Het numerieke toetsenbord kan je aan- of uitschakelen met de knop "Num Lock". Er gaat een lampje branden boven de numerieke toetsen als het toetsenbord ingeschakeld is. Enkel als het toetsenbord ingeschakeld isn kan je cijfers en bewerkingstekens typen.

Het deelteken: /
Het vermenigvuldigingsteken: *
Het plusteken: +
Het minteken is: -

Als het numerieek toetsenbord uitgeschakeld is, kan je wel de pijltjes gebruiken die je op de numerieke toetsen 4, 8, 2 en 6 terugvindt.

Sommige computers schakelen bij het opstarten zelf het numerieke toetsenbord in, andere doen dat dan weer niet.

22. Waarschuwingslichtjes

Boven het numerieke toetsenbord bevinden zich 3 waarschuwingslichtjes.

Druk de toets Num Lock in/uit boven het numerieke toetsenbord om het waarschuwingslichtje uit te testen.
Druk de hoofdlettertoets Caps Lock in/uit links van het alfanumerieke toetsenbord om het waarschuwingslichtje uit te testen.
Druk de Scroll Lock toets in rechts naast de F-toetsen om het waarschuwingslichtje uit te testen.